(0570) 726 900

Het podotherapeutische onderzoek

De podotherapeut start met een onderzoek naar de oorzaak van uw klachten. Het eerste onderzoek neemt ongeveer een uur tijd in beslag. Uw klacht wordt besproken en daarbij kijkt de podotherapeut naar samenhangende gegevens. Aan de hand hiervan wordt de voorlopige diagnose gesteld door middel van de volgende methodes.

Inspectie

Door het meten van de anatomische stand, afwijkingen, verkleuringen en/of bijzonderheden.

Palpatie

Door het uitlokken van pijnklachten wordt er gekeken naar mogelijke afwijkingen in botstructuren en pijnlijke plekken.

Functieonderzoek

Door de bewegingsmogelijkheden en stabiliteit van gewrichten te testen. Hierbij neemt het functieonderzoek van de voet en de enkel een centrale plaats in. Met klachten aan knieën, heupen of rug wordt het functieonderzoek uitgebreid. In sommige gevallen voert de podotherapeut ook spiertesten uit om klachten te lokaliseren. Hierbij kijkt de therapeut op welke plaatsen en bij welke druk en/of houding pijn ontstaat.

Ganganalyse

Door te kijken naar de afwikkeling en de beweging van de voet en eventueel naar de beweging van de knieën, heupen en romp.

Podoscopie

Een podoscoop is een lichtbak, waarbij op de bodem een spiegel is geplaatst. De podotherapeut bekijkt hiermee de zolen van uw voeten om de drukverdeling te beoordelen.

Afdrukken/voetdrukmeting/podografie

Met een blauwdruk of drukmeting beoordeelt de podotherapeut de drukverdeling onder uw voet. Het is mogelijk dat een drukmeetplaat wordt ingezet. Er zijn drukmeetplaten waarop u kunt staan of waarover u kunt lopen.

Schoeninspectie

Slijtage van uw schoenen geeft veel informatie over uw looppatroon en de mogelijke oorzaak van uw klachten. Met name bij schoenen die u veel gedragen heeft kan de podotherapeut de meeste informatie halen.